MIG/MAG-lassen

Het proces
MIG/MAG-lassen is net als BMBE lassen een soort booglassen.
MIG/MAG lassen wordt ook wel CO2 lassen genoemd. Een andere benaming is half automatisch lassen.
Met een elektrische vlamboog verhitten we het materiaal dat we aan elkaar willen hebben. De elektrische vlamboog wordt ontstoken tussen de elektrode (draad) en het werkstuk.
Op die plaats ontstaat een smeltbad.

Een smeltbad is een plaatselijk stukje vloeibaar materiaal. Het werkstuk is op die plaats dus echt vloeibaar.
Als het materiaal daarna afkoelt stolt het materiaal weer en heb je een las. Dit alles gebeurt in enkele seconden.

Bij het MIG/MAG lassen wordt materiaal toegevoegd door een draad die vanaf een rol in de machine wordt aangevoerd.

Tijdens het lassen moet het materiaal (moedermateriaal én toevoegmateriaal) beschermd worden tegen de zuurstof uit de omgeving. Als je dat niet zou doen dan zou het materiaal meteen oxideren (heel snel roesten).
Dit beschermen doen we door tijdens het lassen een gas te laten lopen vanuit een gasfles naar de omgeving van de las. Hierdoor wordt het smeltbad en de afsmeltende draad beschermd.
We gebruiken hiervoor een mengsel van Argon en CO2. Meestal in de verhouding 80-85% CO2 en 15-20% Argon. Omdat het een mengsel is wordt het ook wel menggas genoemd.
Dit gas is onbrandbaar. Het verdringt dus de zuurstof.
Doordat het gas het smeltbad en draad beschermd tegen deze zuurstof noemen we het een beschermgas.

mig-mag-lassen-voorbeeld MIG/MAG-lassen

De apparatuur voor het MIG/MAG lassen
Een MIG/MAG installatie bestaat uit:
• Een stroombron.
• Een gasfles met reduceertoestel (drukregelaar + flowmeter).
• Een slangenpakket met daaraan het laspistool.

 

 

Stoombron
Voor het MIG/MAG lassen hebben we gelijkstroom nodig. De stroom die uit het net komt is wisselstroom. Deze stroom moet met een transformator en gelijkrichter worden omgevormd. De transformator verlaagt de netspanning tot een veilige las spanning. De wisselspanning wordt daarna met halfgeleiders gelijkgericht. De Stroomsterkte en Spanning kunnen we instellen met regelknoppen. De lasstroom wordt bepaald door de snelheid van de draadaanvoer. Op stroombron vinden we de aansluitingen voor de las- en de werkstuk kabel.

Opmerking: Je stelt aan een MIG/MAG-lasmachine dus drie dingen in.
• De spanning.
• De draadsnelheid
• De hoeveelheid gas.

Deze instellingen noemen we de lasparameters.

Power MIG 256 (208/230)MIG/MAG stroombron

Ook in de stroombron zit het Draadaanvoermechanisme
De lasdraad zit op een haspel binnen in het apparaat.
Het aanvoermechanisme zorgt voor een regelmatige draadtoevoer van de haspel naar het laspistool.
Het laspistool wordt toorts genoemd.
De transportrollen trekken de draad van de haspel en duwen de draad door het slangenpakket naar het laspistool.
De snelheid waarmee dit gebeurt kunnen we instellen met een regelknop. De regelknop voor draadsnelheid.
Bij eenvoudige toestellen gebeurt de aandrijving meestal met twee rollen. De betere en grotere lasmachines hebben 4 aandrijfrollen waardoor de betrouwbaarheid beter is.

Aanvoerrollen

 

 

Draadaanvoermechanisme

 

De gasfles met reduceertoestel en drukregelaar
In de gasfles zit het beschermgas, dat de las beschermt tegen lucht uit de omgeving.

Voor het lassen van staal gebruiken we meestal een mengsel van argon en koolzuur. Dit heet dan MAG-lassen (Metal Active Gas).
Het gas bestaat dan uit 80-85% argon en 15-20% koolzuur.
Wanneer we alleen argon gebruiken, dan heet het MIG-lassen (Metal Inert Gas).
Het menggas zit met een druk van 200 bar als gas in de fles. De druk kun je aflezen op de gasdrukmeter. De drukregelaar zorgt ervoor, dat de gasdruk wordt verlaagd naar de werkdruk. Het gasverbruik, in liters per minuut (l/min), kun je aflezen op een stromingsmeter (flowmeter).

MIG MAG cilinder met reduceertoestel

Gasfles met Reduceertoestel

 

Het slangenpakket met laspistool
Door middel van een slangenpakket worden de lasstroom, de lasdraad, het beschermgas (en eventueel de koelvloeistofslangen) naar de lastoorts gevoerd.
In de toorts vindt via een contactbuisje de stroomoverdracht plaats op de lasdraad.
In de handgreep zit een schakelaar waarmee de stroom wordt in- en uitgeschakeld. Tevens wordt daarmee de draaddoorvoer en de schermgastoevoer in- en uit geschakeld.
Het gasmondstuk verdeelt het beschermgas rondom de vlamboog.

Slangenpakket

 

 

Slangenpakket met laspistool

 

 

De snelheid van de draadaanvoer
Door de draadaanvoer snelheid te veranderen regel je tevens de stroomsterkte. Wanneer je de snelheid verhoogt, verhoog je tegelijkertijd ook de stroomsterkte.
Bij een hoge draadaanvoer snelheid ontstaat een diepe inbranding en hoge lasrups.

.

• Bij een stotende draad,
• Bij een onregelmatige boog,
• Bij spatten,
• Bij een knetterend geluid,
is de draadaanvoersnelheid te hoog en dus de boogspanning te laag.

• Bij het vormen van grove druppels,
• Bij onregelmatige boog,
• Bij grote spatten,
• Bij een “floppend” geluid,
is de draadaanvoersnelheid te laag of de boogspanning te hoog.

De uitsteeklengte
De uitsteeklengte is de lengte van de draad die tijdens het lassen uit de contactbuis steekt. Bij een grote uitsteeklengte vloeit er vanzelf minder stroom (er is een hogere weerstand).
Er komt dus minder warmte vrij. Je hebt dan minder inbranding en kans op een poreuze las (doordat er lucht bij kan komen).

De afstand tussen de contactbuis en het werkstuk
De contactbuisafstand is de afstand tussen de contactbuis en het werkstuk.
Deze afstand is ongeveer 12-15 mm. (ongeveer gelijk aan de diameter van de gascup).
Voor het maken van een gelijkmatige las moet de contactbuisafstand steeds constant zijn. In het begin zal dat niet meevallen. Maar naarmate je meer geoefend bent gaat dat beter.
Soms is het handig de contactbuisafstand wat te veranderen. Als je las dreigt te warm te worden kun je de afstand wat vergroten waardoor de boogwarmte kleiner wordt.

Lasdraad
De lasdraad is een belangrijk onderdeel bij het MIG/MAG-lassen.
De lasdraad heeft de volgende functies:
Toevoegmateriaal
Overdracht van de stroom

 

Lasdraad wordt onderverdeeld in twee soorten:
Massieve draad
Gevulde draad

Massieve draad
Meestal zullen wij massieve draad gebruiken. Ze worden in verschillende diameters geleverd. Iedere draaddiameter heeft een stroomgebied waarbinnen de draad bruikbaar is. Je kiest bij de gebruikte draad de juiste spanning en draadsnelheid (stroomsterkte).

Gevulde draad
Een gevulde draad bevat een holle kern met daarin een poeder. Dit poeder kan de functie van het beschermgas overnemen. Het wordt vaak gebruikt in de scheepsbouw en de offshore industrie om een hoger rendement te halen. Ook sommige hobbyapparaten werken met gevulde draad. Het voordeel ervan is dat je geen gasfles hoeft aan te schaffen. De resultaten zijn minder goed.

 

 

Logo terug 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *